De rem erop
Emoties. Je kent ze wel. Iedereen heeft ze. Maar het is niet de bedoeling deze te pas en te onpas te laten zien of horen. We leven in gezelschap vaak met de rem erop. Is dat geen gemiste kans? Of eigenlijk juist wel fijn?
Tranen
Vorige week bezocht ik de uitvaart van een op 43-jarige leeftijd overleden man, die op vakantie in Spanje in elkaar was gezakt en zich direct had gemeld bij Petrus aan de poort. Gedurende de complete dienst was zijn weduwe te horen, die haar emoties de vrije loop liet. Zelf hield ik het ook niet droog, maar wel beschaafd: met een van de zorgvuldig op de banken verspreide zakdoekjes depte ik sluiks mijn ogen, voordat de waterlanders aan hun afdaling langs mijn wangen konden beginnen.
Bij het kijken naar de Olympische Spelen merk ik dat mijn traanbuisjes ook aan het werk gaan: bij iedere winst en bijbehorende ontlading, oranje of niet, voel ik mee met de kersverse medaillewinnaars en schieten de ogen weer vol. Hoewel ik mijn vrouw hier tijdens het kijken van zwijmelfilms regelmatig om uitlach, moet deze emoboy toch wel toegeven dat hij er toch ook wel regelmatig tegenaan hikt. Maar je weet het: een man mag niet huilen.
Je echte gevoel
Nu zul je wel denken: doe normaal, in onze cultuur mag je toch je emoties de vrije loop laten en altijd zeggen wat je denkt? Sterker nog, daar staat onze westerse, maar vooral Nederlandse cultuur om bekend. Dit staat in schril contrast met de ‘honne’ en ‘tatemae’ uit Japan: wij vinden eerlijkheid belangrijker dan harmonie. Op social media word je ook overladen met filmpjes van mensen die ‘lekker zichzelf zijn’. Alhoewel… Geldt dit dan niet voor huilen? Hoe vaak zie je nou iemand zonder sarcasme zijn verdriet of onzekerheid de vrije loop geven? Het komt meestal neer op grappig zijn, stoer doen, anderen dissen of je geniale complottheorie aan de man brengen. Mensen die online durven huilen worden doorgaans alleen maar belachelijk gemaakt. In plaats van harmonie, streven wij ernaar om te laten zien dat wij boven onze emoties staan, en liefst ook boven anderen.
Janken
Het werkwoord ‘huilen’ wordt an sich ook vrij weinig gebruikt, na onze kindertijd. Want waar het voor de jeugd doodnormaal is om af en toe lekker te huilen, hebben we dat in onze puberteit ‘afgeleerd’ en veroordelen we het vaak door het woord te vervangen door ‘janken’. Je tranen laten stromen voelt als het verliezen van je zelfbeheersing, het verliezen van de controle. Terwijl het juist zo lekker kan opluchten, en niet voor niets in onze natuur zit. Maar onszelf hierin meer de ruimte geven, zal toch in eerste instantie stuiten op onbegrip. Dus zal de rem er voorlopig wel op blijven zitten. Het is toch om te janken.

