Geen dank hoor!
Zoals elke week vraagt de jongen van de bakker op de markt of mijn dochter een spekje lust. Dat valt niet te ontkennen, en ik til haar op zodat ze de transactie kan vervolledigen. Nog voordat haar voeten de grond weer raken, schalt er een ‘Dankjewel!’ door de kraam. Omringende senioren glimlachen goedkeurend, en terwijl het spekje in één vloeiende beweging naar binnen wordt gepropt denk ik: ‘Goed bezig, vader!’
Dankbaarheid verplicht
Het uiten van dankbaarheid staat in de meeste opvoedingen in hoog aanzien: kinderen worden van jongs af aan geleerd om ‘dankjewel’ te zeggen als ze iets krijgen. Dat is netjes, dat hoort zo. Maar wat is hierbij de achterliggende gedachte? En, belangrijker: doen we hier in de rest van ons leven nog wel iets mee? Persoonlijk bedank ik mensen graag, want ik weet hoe fijn het is om een bedankje te ontvangen. Natuurlijk is het ook een beetje uiterlijk vertoon, want je wil niet bekendstaan als een ondankbaar stuk vreten. Dus je toont jezelf dankbaar, al was het maar zodat mensen je aardig en voorkomend vinden. Als leerkracht ben ik altijd blij verrast als kinderen mij uit zichzelf ergens voor bedanken: het is echt niet zo vanzelfsprekend dat de jeugd hun waardering hardop uitspreekt: sommigen wachten zelfs op het moment aan het einde van het schooljaar, als hun ouders een bierpakket of shampoo hebben gekocht en ze daar zelf nog een bedankbriefje bij hebben moeten schrijven van hun moeder.
Ondankbaar!
Je kunt dankbaarheid niet eisen, denk ik. Als mensen je niet bedanken voor een goed of dienst, dan kun je je daarover opwinden als je wil. Maar het hóeft niet: je kunt mensen ook iets gunnen en er niet hardop jubelend voor bedankt worden. Toch lijkt dat wel de norm: het aloude ‘voor wat hoort wat’-principe nemen wij hier in Nederland zeer serieus! In de media hoor je over opgevangen vluchtelingen vaak dat ze zoveel krijgen en daarvoor niet dankbaar zijn: men baseert zich dan op het gedrag van een kleine, negatief zichtbare groep mensen. Die de kantjes eraf lopen. Fietsen stelen. Meisjes lastigvallen. Is dát hun dankbaarheid voor wat ze van ons land krijgen? Gratis wonen, eten, onderwijs: wees eens dankbaar! Ik denk dat de meesten dit ook echt wel zijn, maar je ziet dat niet meteen.
Het goede voorbeeld
Nu zijn de mensen die het hardst ‘ondankbare honden!’ roepen zelf eigenlijk ook zelden te betrappen op een daad van dankbaarheid. Ze hebben hard moeten werken en worden daar (niet) voor beloond: de verongelijktheid is groter dan het gevoel van dankbaarheid voor… de straatverlichting, de zorgverzekering, de bijstand, de veiligheid op straat, de vrijheid van meningsuiting. We zouden hiervoor best eens openlijk dankbaar kunnen zijn. Maar nee, dat staat ons niet: als we mógen zeuren, doen we het. Danken is iets wat je niet wil hoeven doen. Dankbaar moet je zijn als je het zelf blijkbaar niet kan, dankbaarheid is voor losers. Winnaars bedanken niemand behalve zichzelf. Ik vind dat sneu.

