Het aapje
‘Meester, ik heb geen gum.’
Wezenloos staart de twaalfjarige mij in het gelaat. Het aapje dat op haar schouder zit, kijkt vertwijfeld om zich heen. Moet het huppen? Nu? Of komt er nog een vraag? Het is een schattig, uitermate aaibaar doodshoofdaapje. Natuurlijk is hij welkom op mijn schouder, maar ik kan zijn vragende ogen niet per direct met een knikje beantwoorden.
‘Je bedoelt dat je je gum kwijt bent.’
‘Ja.’
‘En nu wil je een nieuwe.’
De leerling in kwestie moet denken dat ik niet helemaal goed ben. Hoe kan ik nou niet snappen dat zij een nieuwe gum nodig heeft en dat ik, de bekendste en meest betrouwbare gummetjesdealer uit haar adresboek, haar een nieuwe dient te geven? Tja, mevrouw, dan moeten we toch eerst de administratie op orde hebben. Dus nog even wachten, lieve kleine primaat!
‘Heb je al in je laatjes gekeken?’
‘Ja, ik heb echt overal gezocht.’
‘Onder je tafel?’
‘Ligt ‘ie niet.’
‘Heb je laatst nog op de gang gewerkt, toevallig? Dat je hem hebt laten liggen?’
Het aapje springt nu van haar linker- naar haar rechterschouder, zonder dat de gumeiser dit doorheeft. Meneer Nilsson wordt blijkbaar ongeduldig.
‘Nee want dat mocht toen niet van jou.’
Ik denk even na: hoe zat het ook alweer? Was de gang vol, of had ik er geen vertrouwen in dat de opdracht tot een goed einde gebracht zou worden als mijn toezicht ontbrak? Nee, niet afdwalen nu. De gum. Laatjes. Zeker weten.
‘Wat krijg ik van je als ik hem in je la vind?’
Een onzekere blik, een ondeugende glimlach. ‘Een snoepje!’
‘Deal.’
Dus daar ga ik. Mijn gang naar het vermaledijde tafeltje wordt met belangstelling gadegeslagen: her en der wordt gegniffeld. Hupsakee, daar komt het eerste laatje boven tafel. Een snelle check onthult twee werkbladen die al mee naar huis hadden gemoeten, een oude, verfrommelde ouderbrief, het kerstwerkboekje, een dubieuze tekening en een verloren gewaand boek. Geen gum. Bij het openen van het tweede laatje is het echter direct raak: het gummetje, weinig gebruikt zo te zien, heeft zich achterin het laatje verschanst. Yes, het snoepje is mine! Ik glimlach breed en zo schaapachtig mogelijk terwijl ik haar het gummetje aanreik. ‘Napoleon!’ galmt het door de klas. Zo weet ze welk snoepje ik graag zou willen ontvangen. Als een ware overwinnaar schrijd ik terug naar mijn bureau. Als ik weer zit, zie ik tot mij verbazing dat de schouders van het inmiddels verwoed gummende meisje leeg zijn.
Er kriebelt iets aan mijn linkeroor. Ik hoef niet te kijken wat het is. Ben ik er toch weer ingetuind.

