Moet je partijprogramma’s laten doorrekenen?
De laatste jaren en zeker deze verkiezingen zien we dat partijen hun programma’s niet meer laten doorrekenen dor het CPB. PVV, SP, PvdD, BBB, Denk, FVD, en NSC leverden niets in bij het CPB. Ik vind dat een prachtig iets, persoonlijk. Ik heb mijn ergernis jegens het CPB nooit onder stoelen of banken gestoken, maar zeker in de politiek vind ik de doorrekendrang een kwalijke zaak. Ik zal je uitleggen waarom.
Modellen en hun uitwerking
“Uw programma kost miljarden! De staatsschuld loopt op! Dat is niet te bekostigen!” VVD leider Yesilgöz verwoordde het niet laten doorrekenen van partijprogramma’s als een menu zonder prijzen. Het was een aantijging richting Omtzigt van het NSC. En ik wil even met die analogie aan de haal gaan, want het legt best wat dingen goed uit. Een menu zonder prijzen is oneerlijk, laten we dat voorop stellen. Maar het CPB is nu de enige die gerechtigd is om de prijzen te bepalen, dat is eveneens onzinnig. Als politieke partijen restaurants zouden zijn, dan is het CPB degene die dan plots bepaalt wat de kosten zijn van gerechten in plaats van dat een partij daar zelf naar kijkt of dat de markt dat doet.
In essentie geeft het CPB een kale inschatting en advies (op basis van wetenschappelijk onderzoek). Het maakt gebruik van modellen, waarbij noodzakelijkerwijs simplificaties worden gemaakt over slecht definieerbare zaken, om zo te bepalen wat economisch rendabel is. Die modellen gaan hun eigen leven leiden in de politiek. Met getallen in de hand ben je banenkampioen, ben jij degene die de overheidsfinanciën goed regelt, terwijl je in essentie wellicht alleen de modellen naar je hand hebt weten te zetten. Waarom dat kwalijk is, is omdat die modellen en hun uitwerking totaal niet neutraal zijn. Laat ik het heel simpel stellen: welke aannames doe je, en waarom? Welke data gebruik je, en waarom? Welke simplificaties maak je in het model en waarom? Dit soort zaken doen er enorm toe voor je bepaling van je prijzen, en als je dus het wil doorberekenen, dan zou het netter zijn als er alternatieven voor het CPB zijn die op basis van andere modellen hun berekeningen maken!
Het argument van economen is dat het CPB goed is omdat het transparantie verschaft. Partijen moeten keuzes dan verantwoorden. Echter, wie heeft ooit gesteld dat alleen dure keuzes verantwoord moeten worden? Is dat niet een oneerlijke druk tegenover mensen die de economie niet altijd even hoog in het vaandel hebben staan? Het is helder dat we leven in een tijd waar economie vaak leidend is bij veel zaken die we regelen. Echter, zijn we gelukkiger geworden? Is de ongelijkheid goed aangepakt? Hebben we een veiliger, eerlijker, of al dan niet rechtvaardiger Nederland gecreëerd? Ik wil best geloven dat economisch gezien een hard beleid tegenover toeslagenfraude goed werkt, maar is dat ook wenselijk? In mijn ogen moeten we veel meer keuzes verantwoorden, en niet alleen degene die toevallig minder goed zijn voor economie. Om daar een heel helder voorbeeld tegenover te zetten: klimaatkosten van grondstoffen en vervuiling zijn vaak niet terug te zien op economisch vlak. In andere woorden, je kunt winst maken met vervuilen. Moeten we dat niet heel hard verantwoorden? Je kunt de banenkampioen zijn van de wereld, of je overheidsfinanciën perfect regelen volgens het CPB, als je daarvoor menselijke waardigheid of het klimaat zijn schoenen uit laat doen en ze daarna de Donau in knalt, dan kun je wat mij betreft alsnog per direct ophoepelen.
Weapons of Math Destruction
Mijn ergernis jegens het CPB komt vooral voort uit het feit dat ik het ervaar als een instituut dat niet meer doet dan Weapons of Math Destruction leveren. Voor degene die dat concept niet kennen, het is een speling op weapons of mass destruction, maar het doelt vooral op algoritmiek (wat ik hier even breed interpreteer, dus ook modellen omvattend), die zichzelf laten doorklinken in de maatschappij. Dus omdat je toevallig bestempeld wordt door een SyRI als potentieel fraudeur, krijg je ook veel meer controle, worden er meer mensen in bepaalde groepen opgepakt en wordt het patroon wat het model herkende versterkt. Er zit een bizarre bevestigingsbias in zulke modellen die we voor lief nemen of als neutraal beschouwen.
Cijfers in de hand hebben is niet alleen iets waarmee we mensen in het nauw kunnen drijven, ze leveren ook een manier om het niet over waarden en normen te hebben in de politiek. We kunnen het dan namelijk hebben over hoeveel arbeidsmigranten kosten voor de zorgstaat, of hoeveel belastingvoordeel er gaat naar grote bedrijven zonder het te hebben over wat de achterliggende gedachte is. Zulke modellen leveren hun eigen realiteit op meer manieren dan je zou denken. De verschuivingen binnen het wetenschappelijk debat over het minimumloon en de modellen die daarbij horen hebben ook plots tot aanpassingen geleid in de politiek. Het probleem is dus dat we modellen zouden moeten zien als een mogelijke beschrijving, maar dat ze heel vaak voor een soort onomstotelijke waarheid worden aangenomen. Mensen die in de politiek dreigen met cijfers of feitelijkheden van die orde, zijn raamwerken aan het opwerpen die heel moeilijk te betwisten zijn, want ze komen niet uit voor wat ze echt vinden en verwijzen naar de cijfertjes. Dit heeft als gevolg dat het soms zelfs een discriminerende ondertoon kan hebben die volledig verdoezeld raakt. Zulke modellen scheren namelijk groepen nog wel eens over één kam en laten alles wat niet in hun plaatje past achterwege.
Het niet laten doorrekenen van je programma is lang niet altijd zo erg. Persoonlijk zou ik dat pas veel later willen zien, als we eenmaal richting beleid maken en uitvoering gaan; wanneer de coalitie gevormd is en we compromissen hebben besloten. Pas dan kunnen we gaan nadenken over wat de potentiële kosten zijn. Hierbij zal ik wel de voetnoot plaatsen dat dit een breder probleem is dat we bijvoorbeeld ook zien in de bouw van publieke infrastructuur. Een kostenraming lijkt soms bijna te kloppen, echter, er zijn altijd onvoorziene kosten, economisch en daarbuiten. Als we het over kostenraming hebben zou dat dus ook gestoeld moeten zijn op idealen. Wat prioriteer je? Wat vind je belangrijk? Waar wil je geld aan uitgeven? En dan niet eens zozeer in harde getallen, maar eerder een rangschikking. Zo voorkom je ook dat men gebruik maakt van een vies versimpeld economisch model wat impliciet hun overtuigingen bevestigd, zonder dat ze daar ook daadwerkelijk voor uit te hoeven komen.
Voor politiek zou moeten gelden: als je iets belangrijk vindt, van tweeverdieners tot aan migratiestop, kom dan gewoon uit voor je overtuigingen in plaats van je tegenstander weg te zetten aan de hand van cijfers van het CPB.
In deze themamaand over verkiezingen laten de verschillende experts van Kaf hun licht schijnen over dit bijzondere fenomeen. Wat kiezen we, hoe kiezen, waarom kiezen we?

