Het sprak voor zich
Mijn moeder vertelde mij (en anderen) vroeger vaak dat ik een fotografisch geheugen heb. Dat weet ik nog goed, hoewel ze het niet heeft opgeschreven. Maar haar oordeel werd bevestigd: ik leerde snel en gemakkelijk, maakte nooit foutjes in dictees en scoorde voor alle topotoetsen tienen.
Het sprak voor zich dat ik daarna naar het vwo zou gaan, en dat deed ik dus ook. Steevast de meeste pluspunten van mijn leerjaar, het ging me allemaal enorm voor de wind. Tot daar de Tweede Fase kwam: deze onderwijshervorming zou voor mij zeer slecht uitpakken. Ik moest namelijk ineens mijn werkzaamheden en leermomenten plannen, in plaats van gewoon dagelijks opdrachtjes uit te voeren.
Het sprak voor zich dat ik zou gaan protesteren in Den Haag, en dat deed ik dus ook. We gingen op Sinterklaasochtend naar Het Malieveld, en misdroegen ons. Bij mijn weten (of geheugen, zo u wilt) heb ik enkel wat scheldwoorden geroepen toen ik dacht dat we gefilmd werden door cameraploegen van de televisie, en heb ik geen brand gesticht of auto’s op hun dak gekiept. Helaas, het ging tóch gebeuren. Hoe ik het vwo verder heb afgemaakt, is me geen raadsel: het pretpakket Cultuur en Maatschappij bood soelaas. Appeltje eitje.
Het sprak voor zich dat ik naar de universiteit zou gaan, en dat deed ik dus ook. Ik schreef me in bij de Universiteit van Utrecht, voor de opleiding Theater-, Film- en Televisiewetenschappen. Koppeltekens de gekste! De studie was in het eerste jaar heel goed te doen, ik had zelfs tijd om te hobbyen en filmpjes te maken met het Productie Bureau Video. Ongemerkt ging daar veel tijd naartoe, meer tijd dan ik kon missen voor mijn studie. De inhoud van de vakken in het tweede jaar bleek een stukje taaier te zijn, en wat erger was: ik moest studeren, maar wist niet hoe dat moest! Van mijn vierde tot mijn negentiende had ik op school rondgelopen, maar niet echt geleerd. Hoge cijfers gehaald, maar geen vaardigheden ontwikkeld. En nu had ik ze nodig…
Het sprak allemaal niet meer voor zich: daar stond ik dan, met mijn ongetrainde brein. Nergens goed voor. Ik maakte een stap waar mijn oud-leraar Latijn meewarig het hoofd over schudde: de pabo. Waarom? Ik had me altijd prima vermaakt op school, en het leek me leuk om een groep kinderen van alles te leren en, als het kon, lol met ze te maken. Een kinderachtig besluit? Wellicht. Maar die pabo maakte ik af, en inmiddels geef ik negentien jaar les in het basisonderwijs.
Het spreekt voor zich dat ik dagelijks kinderen zoals mezelf in mijn klas zie: kinderen die na het terugkrijgen van hun 10 voor topo quasi-verbaasd aan hun vrienden verkondigen ‘dat ze er niet eens voor geleerd hadden’. Buitengewoon onsympathiek natuurlijk, maar ook fnuikend: ik vrees met grote vrezen voor hun schoolcarrière. Hopelijk voor hen lopen ze eerder tegen de lamp dan ik.

