Is het zo moeilijk?
Naast mijn werk voor de klas zing ik in een bandje. Vanwege mijn beperkte motoriek en discipline heb ik nooit een instrument fatsoenlijk leren spelen. Maar akkoorden op een akoestische gitaar, dat lukt nog wel. Toch kwam ik mezelf laatst tegen, toen ik het intro van ‘Like the way I do’ van Melissa Etheridge maar niet onder de knie kreeg. Eindeloos luisterde ik de eerste twintig seconden van het nummer via Spotify, en probeerde ik het telkens mee te spelen. Melissa vroeg me dan telkens weer: ‘Is it so hard?’ Ja, dus. Ik bleef oefenen, maar zowel mijn collega bandleden als ik waren niet tevreden vlak voor het eerstvolgende optreden. Daarom besloten we mij het eerste stukje maar te laten playbacken, terwijl de lead gitarist het intro wél fatsoenlijk liet klinken. Lichtelijk beschamend, maar zo klonk het gewoon het beste.
Verwachtingen en eisen
Omdat wij als feestband optreden voor publiek, en niet voor onszelf, eisen we hoge kwaliteit. Van onszelf, maar ook van de rest. Daarbij komt ook nog dat we graag wíllen spelen: niemand dwingt ons om elke week te repeteren en om de zoveel tijd een show weg te geven. Meestal wordt het wel op prijs gesteld, en krijgen we daar als band ook een gage voor. Logisch dus dat we alles op alles zetten om er het maximale uit te halen en onszelf en elkaar scherp willen houden.
Contrast
In mijn dagelijkse lespraktijk ben ik ook gewend om hoge verwachtingen van leerlingen te hebben: uit onderzoek blijkt dat leerlingen van wie meer verwacht wordt hoger scoren dan leerlingen waarbij alle output oké gevonden wordt. Dat wil helaas niet zeggen dat leerlingen ook aan zichzelf en hun werk hoge eisen stellen: de verschillen zijn enorm. Niet zozeer bij toetsen of opdrachten die gewoon ‘correct’ moeten zijn: de meeste kinderen (en hun ouders) willen het hoogst haalbare niveau onderwijs na de basisschool, want daarmee maak je meer kans op veel geld later. Nee, het gaat om de wat vrijere opdrachten, zoals mindmaps, samenvattingen, stelopdrachten, tekeningen en knutselwerkjes. Hierin zie ik werelden van verschil: een gevouwen Pakjesboot is bij de ene leerling een luxe cruiseschip en bij de andere een tot zinken gedoemd, asymmetrisch gedrocht met dikke, overal zichtbare lijmresten.
Motivatie
Ja, natuurlijk kan de een beter knutselen dan de ander. Maar hoofdletters schrijven, of een lijn met liniaal trekken, dat moet iedereen in groep 8 kunnen. ‘It’s not so hard!’ Dan moet je echter wel een beetje motivatie kunnen opbrengen: intrinsieke motivatie that is. Het is daarom goed dat we ook dit soort opdrachten blijven geven, en ook formatief beoordelen. Je kunt daaraan misschien wel beter zien welk vervolgniveau geschikt is dan aan de uitslagen van droge toetsen.

