Lont in het Kruidvat (Geen spelfout)
Ik ben heel geduldig en rustig in de omgang. Ik kan echter ineens ongeduldig en onrustig worden. Mijn vrouw weet dat het vooral onder bepaalde omstandigheden kan gebeuren.
Bijvoorbeeld in supermarkten. Helemaal als in mijn hoofd een refrein van een liedje van The Clash klinkt. ‘I’m all lost in the supermarket. I can no longer shop happily.’
In genoeg andere winkels raak ik ook al gauw over mijn toeren. Dat heeft te maken met te veel mensen en het gevoel hebben opgesloten te zijn tussen onnodige koopjes en onnozele koopjesjagers. Momenten dat mijn plaatsvervangende schaamte en weerzin sterker dan ik zijn.
Mijn vrouw ziet dan mijn humeur dalen en verwacht dat ik uit mijn slof kan schieten. ‘Dreigt er ontploffingsgevaar?’ informeert ze dan.
Omdat we veel van elkaar houden, proberen we toch regelmatig samen te winkelen. Ik houd me zo lang mogelijk in en mijn vrouw probeert het winkelen kort te houden.
Dit keer sta ik er echter alleen voor. Letterlijk, want ik sta voor de Kruidvat. Ik zie dat het er druk is, wil niet naar binnen maar zal dat wel moeten. En omdat ik haast heb, kan ik niet wachten tot het er rustiger is.
Zowel voor mezelf als voor mijn vrouw moet ik wat halen.
Zodra ik de glazen deur van de Kruidvat door ben, de drukte in de winkel en de rij bij de kassa zie, wordt het uiterste van mijn kalmte gevraagd. Ik moet haast onmenselijk veel zelfbeheersing opbrengen. Zeker wanneer een morsige vrouw met een winkelmandje tegen me aanstoot en mij boos aankijkt alsof niet zij maar ik fout zit.
Ik moet niet de lont in het kruitvat zijn, houd ik mezelf voor, druk benend door de Kruidvat.
Doordat ik al dertig jaar vegetariër ben en zelden zuivel gebruik, heb ik een tekort aan vitamine B12. Dus moet ik dat in pilvorm bijslikken. En voor die pillen ben ik nu in de Kruidvat. Het is ook in mijn eigen belang, moedig ik mezelf aan. Of in mijn belang… Ik ben niet slechts voor mezelf vegetariër. Net zoals ik bewust kinderen noch auto heb omdat vlees eten, voortplanting en autorijden aanslagen zijn op de natuur en ik daar niet aan wil meewerken. Vaak genoeg verklaar ik mezelf voor gek want het gros van de mensen eet vlees, verwekt kinderen en rijdt auto, er niet bij stilstaand dat ze de wereld voor hun nageslacht onleefbaar maken.
Ik moet mezelf ervan weerhouden om de winkel, de mensen erin, te ontvluchten als er opnieuw een winkelmandje ruw tegen me aankomt.
Ik ben hier voor Vitamine B12 en niet om me weg te laten jagen, besluit ik.
Vijf minuten zoek ik en dan vind ik het. Er staan verschillende potjes van verschillende merken B12. De pillen die ik normaal heb, staan er niet bij. Een ander merk dan maar. Alleen welk? Ik pak een potje en lees de ingrediëntenlijst. “Zoetstoffen (Sorbitol, Glucosylsteviolglycosiden, Sucralose), Verdikkingsmiddel (Maltodextrine), Antiklontermiddelen (Magnesiumstearaat, Colloïdale Siliciumdioxide), Smaakstof (Kersenaroma), Zuurteregelaars (DL-appelzuur, Citroenzuur).” En verdorie, daar is het, daar staat het als laatste ingrediënt: “Vitamine B12”!
De vraag waarom al die andere spullen in die pillen zitten, zet ik van me af, want ik heb al mijn aandacht nodig om overeind te blijven.
Op naar mijn volgende en laatste boodschap. Shampoo voor mijn vrouw. Na weer vijf minuten zoeken heb ik het juiste winkelschap gevonden.
Mijn God, wat zijn er veel soorten shampoo! Welke wil mijn vrouw ook al weer hebben? Ze heeft het gezegd maar ik kan niet op de soort en het merk komen.
In paniek kijk ik om me heen.
Gelukkig, daar is een meisje dat hier werkt.
Ik klamp haar aan en zeg dat ik shampoo moet hebben, alleen niet meer weet welke.
Het meisje vraagt waar het voor is. Is het voor beschadigd haar? Voor dun haar? Is het voor krullend haar? Steil haar? Vet haar?
Ik haal mijn schouders op.
Ze kijkt me welwillend aan. ‘Of zoekt u shampoo voor droog haar?’
‘Nee, voor nat haar.’
Een verslag van stedentrips in Nederland. Soms gaat het over de stad in kwestie.

