Over smaak en niveau
Onlangs las ik een stuk van een medeschrijver die mijn woonplaats Weert bezocht. Dit deed hij als een soort bedevaart: gedurende de eerste helft van de jaren ’70 was het Limburgse Weert namelijk de woonplaats van Gerard Reve. De schrijver behoort tot de ‘Grote Drie’ Nederlandse schrijvers van na de Tweede Wereldoorlog, samen met Harry Mulisch en Willem Frederik Hermans. Persoonlijk vind ik Reve helemaal niks, maar ik baseer me met deze mening op slechts één van zijn werken: ‘De Avonden.’ Ik kon helemaal niks met Frits, en geen van de andere personages kregen in mijn hoofd een gezicht of leken überhaupt logische activiteiten te ondernemen. ‘… het is niet onopgemerkt gebleven’ is een mooie zin, maar daar had van mij niet zo’n draak van een boek vóór gehoeven. Gewoon aan het eind van een kort gedicht, dat was goed genoeg geweest.
Kwestie van smaak
Van de andere twee heb ik ook niet veel gelezen, maar wát ik las kon me wel bekoren. ‘De ontdekking van de hemel’ bediende mijn interesse en fascinatie voor filosofie en mythologie, ‘De donkere kamer van Damocles’ boeide me van begin tot eind. Maar als puntje bij paaltje komt, ben ik toch niet zo weg van de literaire klassiekers: ‘Mrs. Dalloway’ kreeg ik niet uit, over ‘Misdaad en straf’ deed ik een halfjaar. Nee, de boeken die ik tot diep in de nacht lees, die ik binnen een week uit heb, zijn horrorverhalen van Stephen King of Thomas Oldeheuvelt; science fiction van Liu Cixin; detectives van Arnaldur Indriðason; ‘De Grijzer Jager’-reeks van John Flanagan en andere jeugdboeken. Kwestie van… smaak? Of niveau? Ik denk een beetje van beide. Hoewel ik met plezier mijn vwo-diploma heb binnen geharkt, hielp www.scholieren.com mij begin dit millennium aan de samenvattingen van menig boek op de lijst. Het eindeloos leren en studeren uit dikke boeken was niet zo voor mij weggelegd, dus heb ik de pabo maar gedaan.
Aansluiten
En nu ben ik als leescoördinator aan het proberen om onze taalarme kinders aan het lezen te krijgen. Ik wil ze laten kennismaken met prachtige werken uit de jeugdliteratuur, boeken die ik zelf als kind verslond maar ook die ik nu als volwassene niet kan versmaden. Maar ik kan niet meteen alle kinderen ‘Films die nergens draaien’ of ‘Momo en de tijdspaarders’ aansmeren: tot mijn gruwel “verdiept” de niet-lezende leerling zich hooguit in ‘Het leven van een loser’ of ‘De boomhut met fakking veel verdiepingen’. Ik moet echter leren die gruwel aan de kant te zetten: ik moet me óók inlezen op boeken die mijn lieve boekenhaters nog net wél aanspreken. Samen de ‘zone van naaste ontwikkeling’ vinden. En lezen. Genieten. Ongemerkt wijzer worden. En smaak ontwikkelen.
Ze hoeven niet allemaal bij Reve uit te komen. Liever niet zelfs.

