Wie belt 144 voor een mier?
Na een paar dagen met vorst zijn veel mensen niet meer te houden, ze moéten het dunne laagje bevroren water op. Maar dat is niet zonder gevaar: er zakt nog wel eens iemand door het ijs. Omstanders schieten vaak meteen in de reddingsmodus en proberen het onfortuinlijke slachtoffer uit het wak te redden. Best bijzonder eigenlijk: iemand steekt een arm of een tak uit naar een wildvreemde en andere wildvreemden houden deze persoon vast zodat deze niet ook in het wak verdwijnt. Maar de flinterdunne ijslaag kan elk moment ook onder hun eigen voeten of schaatsen verdwijnen.
Vanuit het perspectief van een gedragsbioloog zijn zulke reddingsacties buitengewoon interessant: als wij elkaar helpen in acute nood, zouden we dan niet verwachten dat dieren dat ook doen wanneer een soortgenoot in gevaar is? En als we waarnemen dat dieren elkaar redden uit noodsituaties, kijken we dan echt naar gedrag gedreven door empathie? Of kan redgedrag bij dieren ook iets heel anders betekenen?
Waarom ‘redden’ een aparte vorm van gedrag is
Er zijn veel voorbeelden van helpgedrag bij dieren. Denk bijvoorbeeld aan stokstaartjes waar ouders – net als bij mensen – bij het opvoeden van hun jongen geholpen worden door broers en zussen. Of kool-, pimpel- en staartmezen die samen een uil verjagen. Helpgedrag levert de helper vaak meteen een voordeel op, zoals een kleinere kans om opgegeten te worden. Redgedrag is vooral interessant omdat het lijkt te draaien om belangeloos ingrijpen bij een acute noodsituatie van een ander. Om redgedrag te onderscheiden van andere soorten helpgedrag en samenwerking worden vier criteria gebruikt: het slachtoffer loopt fysiek gevaar, de helper loopt risico, de reddingsactie biedt een passende oplossing voor het probleem van het slachtoffer en er is niet onmiddellijk een voordeel voor de helper.
Redgedrag onderzoeken bij dieren
Als we kijken naar het voorbeeld bij mensen uit de eerste paragraaf – de onfortuinlijke persoon in het wak – is meteen duidelijk dat dit voorbeeld aan alle vier criteria voldoet. Het is dus een prachtig voorbeeld van redgedrag. Redgedrag aantonen bij dieren blijkt véél lastiger.
Bij reddingsacties bij dieren lijkt er namelijk vaak wel een direct voordeel voor de helper te zijn. Een voorbeeld: als een dier een soortgenoot redt uit de klauwen van een roofdier door dit roofdier aan te vallen, zou dit in principe kunnen voldoen aan de criteria voor redgedrag. Het kan echter ook verklaard worden doordat het roofdier ook een gevaar vormt voor de helper zelf en de helper door het verjagen dus ook vooral zichzelf helpt. Het resultaat is dat verrassend weinig studies overtuigend redgedrag bij dieren hebben laten zien.
Redding op zes poten
Als er een diergroep is waar redgedrag overtuigend is aangetoond, dan is dit bij mieren. Bijzonder is dat dit doelgerichte gedrag vooral gevonden wordt bij sociale insecten die individueel minder cognitieve capaciteit hebben dan gewervelden. In experimenten blijken veel soorten mieren gericht gedrag te vertonen om een gevangen koloniegenoot te bevrijden. En het wordt nog veel gekker: bij termieten-jagende mieren worden op het slagveld gewond geraakte mieren door soortgenoten teruggebracht naar de kolonie om daar verzorgd te worden. Geïnfecteerde wonden worden daar behandeld met antimicrobiële stoffen. Maar waarom vertonen mieren dit onbaatzuchtige gedrag? De verklaring is dat de individuen in een kolonie zeer nauw aan elkaar verwant zijn. Hierdoor kan het evolutionair voordelig zijn om risico te lopen voor een ander ten koste van jezelf.
Zeldzame reddingsacties in het wild
Omdat echte noodsituaties zeldzaam zijn én omdat je als onderzoeker net op dat moment het gedrag moet observeren, zijn observaties van redgedrag schaars in de wetenschappelijke literatuur. Bij gewervelden is redgedrag in het wild veel minder systematisch vastgelegd dan bij sociale insecten en de meeste voorbeelden zijn anekdotisch. Gezien hun nauwe verwantschap met mensen is het niet verwonderlijk dat vooral bij apen voorbeelden van reddingsacties zijn beschreven. Bij dolfijnen en andere walvisachtigen zijn waarnemingen bekend van individuen die gewonde soortgenoten redden door ze drijvend te houden en is er is een prachtig voorbeeld van een wild zwijn dat mensen te slim af was en soortgenoten bevrijdde uit een val.
Bij vogels lijkt redgedrag uiterst zeldzaam: mijn eigen observatie van Seychellen rietzangers die verstrikte groepsgenoten redden was zelfs de eerste keer dat dergelijk gedrag beschreven werd bij vogels. Vermoedelijk komt redgedrag wel iets vaker voor, maar is het ontzettend lastig om waar te nemen en vervolgens te onderscheiden van andere typen hulpgedrag.
Eén voor allen, allen voor één
De meeste, zo niet alle, voorbeelden van redgedrag zijn afkomstig van sociale dieren die in groepen leven. Dat is niet verwonderlijk aangezien er überhaupt iemand in de buurt moet zijn om te kunnen helpen, wat logischerwijs vaker het geval is in groepslevende soorten. Redgedrag heeft daarnaast de grootste kans om te ontstaan wanneer er ook echt iets op het spel staat wanneer het slachtoffer het niet overleeft. Dit is vooral het geval bij dieren die de groep waarin ze leven nodig hebben om efficiënt te kunnen jagen of om hun leefgebied te verdedigen tegen vijanden.
Redden dieren “net als wij” uit empathie?
De bekendste studies over redgedrag bij zoogdieren zijn afkomstig van experimenten met ratten, waarbij vrije ratten een manier vinden om een opgesloten soortgenoot te bevrijden. Soms wordt dit gedrag gezien als bewijs dat deze dieren empathie vertonen, maar dat blijkt buitengewoon lastig hard te maken. Meestal zijn er alternatieve verklaringen mogelijk. Zo kan een dier ook een soortgenoot helpen om stress-signalen te stoppen, in plaats van andermans leed, uit medeleven. Een andere verklaring is dat de reddingsactie wordt uitgevoerd om het sociale contact te herstellen. Deze alternatieve verklaringen zijn iets minder ‘sexy’ dan heroïsch redgedrag gedreven door empathie, maar vaak niet uit te sluiten. Dit aspect van het bestuderen van diergedrag blijft een uitdaging. Je kunt bijzonder diergedrag waarnemen, maar de motivatie achter het gedrag blijft voor mensen vaak verborgen.
Als we de drang om diergedrag “menselijk” te maken even parkeren zit er ook een hele optimistische kant aan dit onderzoeksveld. Hoewel de motivatie niet altijd eenduidig is, laat redgedrag zien dat doelgerichte hulp in de natuur kan ontstaan bij dieren die leven in sociale systemen waarin het lot van de één betekenis heeft voor de ander. Voorbeelden van redgedrag bij dieren laten daarnaast zien dat het helpen van individuen in nood geen exclusieve menselijke eigenschap is.

